Columns

Mijn naam is Fabian en ik ben een Coldplay fan

 Coldplay 2017

Na jaren van wroeging werd het hoog tijd voor onze redacteur Fabian Hofland om het maar eens hardop te zeggen. Met het verschijnen van de Kaleidoscope EP, vorige week, moest het eruit: Fabian is Coldplay fan. Lees hieronder waarom.

“Echte Muziek”

Er is een raar fenomeen onder muziekliefhebbers: een band mag niet te groot worden. De oer-Hollandse uitdrukking dat je hoofd niet boven het maaiveld uit mag steken is nergens meer van toepassing dan binnen de muziek. Het vreemde is wel dat er onderscheid wordt gemaakt tussen ‘echte’ muziek en puur commerciële pop. Dat woordje ‘echt’ wordt overigens ook alleen maar bepaald door ‘echte’ muziekliefhebbers. Heel veel mensen vonden U2 in het begin een lekker bandje met een bevlogen frontman. Totdat die frontman een zonnebril ging dragen en de wereld ging vertellen wat er allemaal mis was met die wereld. De ‘serieuze’, ook zo'n woord, muziekkenner geeft al jaren af op U2, of ze de laatste 5 albums nou gehoord hebben of niet. Het irriteert deze mensen dan ook mateloos als Bono weer eens wat zegt en natuurlijk overdrijft de beste man zo nu en dan wel een beetje), een omstreden persoon het podium op sleurt tijdens een concert of zelfs maar 's ochtends zijn bed uit komt. Dat Mariah Carey al jaren voor astronomische bedragen komt opdraven om ontzettend niet-live te zingen en dan ook nog om 9 hotelkamers en een kapper voor haar hond vraagt, daar hoor je ze niet over. Want dat is geen muziek.

Naast U2 zijn er nog de nodige andere bands waarvan het cool is om ze af te zeiken. Ik merkte het zelf toen grunge van genre-definiërende brandstapel werd teruggebracht tot waakvlam en ene Scott Stapp eigenhandig dat genre de nek omdraaide. Iedereen haatte Creed, maar ondertussen waren alle concerten steevast uitverkocht en ging het ene na het andere album goud in meerdere landen. Kort daarop was daar een Canadese heikneuter met een poedel-achtige Haagse mat die in één klap de radiogolven, en bovendien het hart van Avril Lavigne wist te veroveren. Nickelback werd het valgeenschip der gehate bands. Er zijn zelfs Facebook-apps die je helpen om je vrienden die Nickelback geliket hebben direct te ontvrienden. Hoewel Nickelback gewoon stug platen blijft maken en niemand daar echt iets van blijkt (of hoeft) te vinden, zal het nog wel meevallen. Het is vooral een grap om tegen de band te zijn, want stiekem zingen de meeste mensen, en zelfs de haters, How You Remind Me gewoon mee.

 Nickelback
 

Waarom Coldplay?

Hetzelfde kan niet gezegd worden van Coldplay. Ze hebben miljoenen fans, maar mogelijk evenzoveel haters. En dat is vreemd, want de muziek is zeker niet aanstootgevend slecht en de frontman is, net als de rest van de band, een alleraardigste kerel zonder enige arrogantie. Het is misschien allemaal wel wat braaf, dat zou kunnen. Maar is dat genoeg reden om zo alom gehaat te worden? En dat voor een band die met hun debuutalbum Parachutes nog het lievelingetje was van de Britse muziekpers, platenwinkeleigenaren en een flinke lading cd-kopers. Het grootse geluid van het tweede album A Rush Of Blood To The Head ging veel fans van het eerste uur al te ver, terwijl het echte commerciële werk nog moest komen. Met Clocks hadden ze een megahit van ongekend formaat te pakken, maar ook, eerlijk is eerlijk, in de jaren erna wel een beetje doodgedraaid.

Nu wordt Coldplay de laatste jaren wel steeds commerciëler, want het regenboog confetti album Mylo Xyloto is nou niet bepaald het hoogtepunt van integriteit. Zelfs Rihanna doet mee, al was het alleen maar om de deur open te houden voor Beyoncé. ‘Jullie willen een stadionband? Nou hier heb je een stadionband,’ moeten ze gedacht hebben. En dat is ook logisch. Je gaat niet duizenden en duizenden fans overtuigen met een setlist vol met nummers als Sparks en Amsterdam.

 

Afgunst

Misschien is het wel gewoon afgunst. Het gaat al jaren ontzettend goed met Coldplay. Ieder concert is in een mum van tijd uitverkocht, de albums belanden steevast op nummer één, Chris Martin trouwt met Hollywood schoonheid Gwyneth Paltrow en ze hebben twee dotten van kinderen. De band verbindt zijn naam aan goede doelen als Oxfam Novib en Fair Trade (Bono. anyone?) en doet dus ook nog eens iets goeds met al dat geld dat ze binnen harken. Superirritant allemaal.

Maar met ieder album wordt de band alleen maar groter, net als de stadions, en als niet iedereen erin past, spelen ze er gewoon 3 of 5 dagen achter elkaar. Iedereen komt aan de beurt. En of dat allemaal nog niet erg genoeg is, worden ze ook nog gevraagd om de Super Bowl Half Time Show te spelen en lijkt zelfs Amerika voor ze gezwicht. Een droom die voor veel Britse bands al jaren lang slechts een utopie is, is door vier bleke collegenerds wel verwezenlijkt. Chris Martin deelt het podium met Beyoncé en Michael Jackson 0,5 en geniet zichtbaar en met volle teugen. En dat allemaal zonder naast zijn schoenen te lopen. Hij is nog steeds dankbaar voor ieder verkocht concertkaartje, ieder verkocht album en gedraagt zich volgens mij nooit als de rockster die hij inmiddels wel is. Chris Martin is de ideale schoonzoon, met een bankrekening waar ik het aantal nullen niet van durf te gokken. De hufter.

 Coldplay 1998
 

En ik? Ik blijf fan.

Parachutes is voor mij een van de mooiste debuutalbums ooit en heeft in al die jaren nog niks aan schoonheid of urgentie ingeboet. Stuk voor stuk gevoelige, pure songs die her en der laten doorschemeren wat er komen gaat in de uitbarstingen van bijvoorbeeld Yellow en Shiver. Op A Rush Of Blood To The Head staat, naast de overbekende singles, ook een van de meest persoonlijke Coldplay nummers en tevens een van de mooiste break-up songs die ik ken: Warning Sign. Over een partner die met lede ogen de scheurtjes in zijn relaties ziet ontstaan en zich afvraagt of er nog iets te redden valt. Het lijkt een voorbode, want het huwelijk met Gwyneth houdt toch geen stand. Het sprookje is uit, de Hollywoodactrice vertrekt en in de leegte vindt Chris Martin zijn jongere zelf terug. De kunst van de ingetogen, gevoelige liedjes die hij zo goed als helemaal verloren leek te zijn, is weer even helemaal terug. Met het hart op de mouw en het rijmwoordenboek in zijn hand schrijft hij de break-up van zich af op de subtiele elektronica van Jon Hopkins. Eindresultaat Ghost Stories is een prachtplaat gesandwicht tussen commerciële monsters die zorgen dat de schoorsteen gewoon kan blijven roken.

 Cover Kaleidoscope EP (2017)
 

Kaleidoscope

En nu is er dus de nieuwe Kaleidoscope EP. De hoes is weer kleurrijk en dat betekent bij Coldplay meestal niet veel goeds, al is het mede door Brian Eno geproduceerde A L I E N S een heerlijk nummer met een donker randje, het als Elbow beginnende All I Can Think About Is You heerlijk stemmig en de iets te theatrale titeltrack stiekem lekker zwijmelen. Aan de andere kant zijn er de samenwerkingen met flavour of the month The Chainsmokers (een live versie van Something Just Like This) en Big Sean. Beide nummers zijn geschreven voor de stadions en enkel gericht op de kuiten en niet op het hart of het hoofd. Die behoefte om met andere sterren en popfenomenen te werken maakt mij meestal niet heel blij, want dat Avicii nummer op Ghost Stories is een wel hele koude douche na al dat moois. Maar ja, als je eigen band bestaat uit drie grijze muizen dan wil je wel een keer het podium delen met twee hippe gasten uit New York die weten hoe je een feestje bouwt. Of met een blonde EDM-god die op zijn 27e al met pensioen gaat (of moet ik zeggen: kan). Of met de allergrootste van dit moment, waar zelfs Adele haar prijs voor beste album maar wat graag aan wil afstaan. Geluk en succes is niet voor iedereen weggelegd. Maar Chris Martin heeft aan beide geen gebrek en heeft absoluut niets te klagen. Al heeft deze fan persoonlijk liever van wel, want daar wordt zijn muziek namelijk aanzienlijk beter van.

De Kaleidoscope EP is nu digitaal uit en verschijnt 4 augustus op CD en 12”.

 FABIAN HOFLAND

 

Lust For Life

Ik was 13 in 1977 en had het nogal voor die blonde van ABBA, alhoewel ik ook naar hardrock neigde, want dat was stoer. Mijn muzikale smaak moest zich nog ontwikkelen en slingerde, net als mijn hormonen, van de ene naar de andere kant. Met de kennis en een blik op de hitlijsten van nu, was die voorkeur voor ABBA zo gek nog niet. Ik wist echter niet dat ik aan de vooravond stond van mijn daadwerkelijke muzikale ontmaagding.

Als trouwe kijker stemde ik elke week af op AVRO’s Toppop, met Ad Visser. Videoclips waren een zeldzaamheid en bij gebrek aan beeldmateriaal of artiesten die in de studio braaf hun liedjes kwamen playbacken, moest je het doen met het showballet van Penny de Jager. Niet direct een straf voor een testosteronbommetje van 13. Ik hield de Top40 bij, luisterde naar de radio, kocht mijn eerste singles in de plaatselijke platenzaak en was al bovenmatig geïnteresseerd in muziek. Maar wat er zich plotseling voor mijn ogen op tv afspeelde, tartte elke verbeelding. Wat was dit??? Een graatmagere lijkbleke slungel, met ontbloot en bebloed (?) bovenlichaam, startte een St. Vitusdans op wat een oerbeat leek te zijn, na eerst een aantal in de Toppop-studio aanwezige fotografen te hebben geattaqueerd. Deze lijpe gozer, wiens broek omhoog werd gehouden door tape, leek zich niks gelegen te laten liggen aan het zo secuur mogelijk lippen van de tekst, maar kronkelde alsof ie een nest rode mieren uit zijn broek moest schudden over het podium. Studioattributen werden omgegooid en de als decoratie dienende planten dienden als speeltuin voor een iel gorillajong, dat zich deels nichterig, deels übercool door het nummer heen sloeg en zijn voeten leek te vegen aan alles en iedereen. Godver! Als dit rock & roll was, dan was ik mee! Een week later lag ik met de oren gespitst voor de radio, hopend dat ik het nummer weer terug zou horen. Die hoop leek vervlogen toen de Top 40 de hogere regionen bereikte, want ik kon me niet voorstellen dat een nummer dat zó afweek van de norm, ooit hoog in de hitlijsten zou komen. Maar hey! Daar was ie weer en ik kon een vreugdekreet niet onderdrukken. De gozer in kwestie was Iggy Pop met ‘Lust for life’. Een ‘gamechanger’ in mijn muziekbeleving en 40 jaar later voel ik nog steeds iets van de opwinding van weleer, telkens als ik het nummer hoor of zelf draai.

En nu is er de Terneuzense bluegrassmuzikant en singer-songwriter Herman Brock Jr. Geïnspireerd door het muzikale succes en zijn persoonlijke geluk – Herman Brock Jr. trouwde verleden jaar en werd begin 2016 voor het eerst vader – nam hij een geheel eigen versie van Iggy Pop’s ‘Lust for Life’ op. Punk it ain’t, zoveel is duidelijk. Maar Brock Jr. weet, met een jagende fiddle als ontstekingsmechanisme, een bijzonder feestelijke draai aan deze klassieker te geven. Het nummer verschijnt op een door de Zeeuw zelf vormgegeven 7” en is vanaf 2 oktober verkrijgbaar, wanneer de clubtour met de Utrechtse Blue Grass Boogiemen onder de naam The Dutch Bluegrass Revue van start gaat in dB’s in Utrecht.

FRANK HEYTHUYSEN

Nu jullie aan het woord... over Dinosaur Jr.

Je hebt van die bands waar iedereen een mening over heeft. Neem nu Dinosaur Jr.

Elke keer als ik er iets over meld, merk ik dat er veel op wordt gereageerd. Raar is dat niet  want er is veel om van te houden of om te haten. "Die stem van J. Mascis, die is toch om te huilen. En dat gehak van die Murph, daar is toch werkelijk niets genuanceerd aan? En dan die gekwetste huilebalk van een Barlow! Die trouwens wel een leuk stukje bas kan spelen en mooie onconventionele liedjes schrijft. En die J., die kan me daar toch een lekker moppie gitaar spelen, of niet?"

Zelf ben ik van hater tot liefhebber uitgegroeid. En mijn stelling is dan ook: Dinosaur Jr. is net als leren olijven eten. De eerste keer denk je gâtfer! En als je ze dan maar vaak genoeg tot je blijft nemen, komt er vanzelf een moment dat je om gaat.....of niet...

Ik geef de nieuwe van Dinosaur Jr. gewoon 10 van de 10 sterren op Muzine.nl, maar omdat er vast velen onder jullie zijn die het daar heel erg niet mee eens zijn, hier een recensie in 8 stellingen, waar je gewoon zelf op mag stemmen. Krop je muzikale  liefdes en/of frustaties dus niet langer op, en grijp deze kans om je uit te spreken over de nieuwe plaat van J. Mascis en consorten:

 









WIM DU MORTIER

De geaccepteerde genialiteit van Radiohead

Het nieuwe Radiohead album kan ieder moment verschijnen. De band heeft al een nieuw BV-tje opgezet, wat eerder een voorbode bleek te zijn voor het verschijnen van In Rainbows en King Of Limbs. Nu is er ook een tournee aangekondigd en doet op het web iets de ronde wat het artwork voor het album zou kunnen zijn.

Is dit het artwork van de nieuwe plaat?

De komst van een nieuwe Radiohead is altijd een gebeurtenis in muziekland. Er zijn weinig bands zo innovatief en grensverleggend als het eigenwijze clubje uit Abingdon. Met ieder album krijgen ze nieuwe fans en verliezen oude. Een prijs die ze graag betalen voor volledige creatieve vrijheid. Ze duiken de studio in met Nigel Godrich - hun George Martin - een handje vol ideeën en ze zien wel waar het schip strandt.

Hun laatste album King Of Limbs (2011) is Radiohead's meest coherente album en bevat met Give Up The Ghost misschien wel het mooiste nummer dat ze tot dusver maakten. De verbindende factor is de tegendraadse percussie die als een rode draad door bijna alle nummers loopt. In opener Bloom leidt die percussie op eerste gehoor nog af, maar na meerdere luisterbeurten wordt het juist een hoogtepunt en iets waar je naar uitkijkt als de schijf weer in (of op) de speler gaat. King Of Limbs is in mijn optiek een zwaar ondergewaardeerd album en een van hun beste. Was bij In Rainbows, hun meest ingetogen en liefelijke album, vriend en vijand het eens dat het een hele mooie plaat was, zo verdeeld zijn ze over anderen. Hail To The Thief bijvoorbeeld wordt vaak vergeten, terwijl daar echt een hele trits geweldige nummers op staan en geen enkele misser. Hun enige politieke plaat heeft het meeste vuur en venijn in zich en laat de zeldzame boze kant van de band horen. Luister maar naar de adrenaline boosts van Where I End And You Begin en Myxomatosis. Dit album betekende ook een terugkeer naar de gitaar na de meer electronische platen Kid A en Amnesiac.

Die electronische fase rond de platen Kid A en Amnesiac verdeelde de grote schare fans het meest. Een heleboel van de fans die instapten bij The Bends zijn in de electronische fase definitief afgehaakt. Een nieuwe lichting muziekfanaten, net als Thom Yorke, ontdekten tegelijkertijd de wondere wereld van Aphex Twin en het Warp-label en zij onthaalden Kid A al ware het de Dark Side Of The Moon of Sgt, Pepper voor het nieuwe millennium. Natuurlijk zag niemand de dikke beats van Kid A in nummers als Everything In It's Right Place, laat staan die van Idioteque aankomen. Daar tegenover staan nummers als How To Disappear Completely, In Limbo en het schitterende Optimistic die alle drie niet hadden misstaan op OK Computer. Op Amnesiac is de electronica nog minder prominent en You And Whose Army en zeker Knives Out hadden van The Bends afkomstig kunnen zijn. Je kunt dus wel stellen dat die experimenteerdrift, die op OK Computer al duidelijk hoorbaar is, op alle volgende platen alleen maar sterker wordt.

Foto: Jim Dyson

Wij, de luisteraars, zijn inmiddels gewend aan het buitengewoon hoge niveau van hun albums en we lijken bijna te vergeten hoe goed het daadwerkelijk allemaal is. Hoeveel bands zijn er in staat om na een rammelend indiedebuut, met daarop als uitschieter de teenage-angst anthem Creep, slechts een jaar later op de proppen te komen met de subtiele schoonheid van Street Spirit (Fade Out)? Hoe kan de ontspoorde blazerskakofonie van The National Anthem uit dezelfde sessies komen als de ongrijpbare schoonheid van Pyramid Song? Dat kan alleen bij een band die zich weigert te conformeren aan wat de fans of de industrie van hen verwacht. Natuurlijk zijn er meer bands die wel eens buiten de gebaande paden treden, maar meestal treden die vervolgens weer vrolijk terug in het gareel. De Deftones gingen na hun baanbrekende White Pony, weer terug naar hun bekende stramien en zanger Chino Moreno doet zijn muzikale uitstapjes nu in een van zijn vele bijprojecten. The Rolling Stones zijn na hun drugs overgoten magnum opus Their Satanic Majesties Request al vrij snel teruggegaan naar hun befaamde gitaarlicks en standaard song format. Bij Radiohead is daarentegen de uitzondering de regel. En juist daarom zijn de verwachtingen nu een nieuw album op stapel lijkt te staan zo hoog gespannen; je weet nooit waarmee ze aan zullen komen. Misschien wordt het eens tijd dat ze een onbetwistbaar slechte plaat maken. Al was het maar omdat we dan misschien eindelijk met zijn allen gaan inzien hoe geniaal al die andere albums werkelijk zijn.

Fabian Hofland

 

Radiohead speelt 20 en 21 mei in de Heineken Music Hall.

Honger

Waarom verschijnt er elk jaar eigenlijk weer nieuwe muziek? Waarom uiten mensen zich nog met behulp van muziekinstrumenten en hun stem? Waarom gieten ze hun gedachten en gevoelens nog in noten, ritmes, keelklanken en woorden? Is niet alles al gezegd, is niet alles al een keer gecomponeerd?

Ik stelde me die vraag na een ontmoeting met Wire’s Colin Newman. De kleine gebogen Engelsman, met een mal hoedje dat het spaarzame dunne haar verbergt op zijn hoofd, zat naast me op een bankje in een rustige ruimte in de Amsterdamse Tolhuistuin. Hij had weinig tijd. Het was die dag hondenweer en Wire had met hun busje een vermoeiende reis vol files en oponthoud achter de rug vanuit Lille. Ze arriveerden flink te laat in Amsterdam, en tussen de soundcheck en een snelle maaltijd voor aanvang van het concert resteerde nog maar weinig tijd. Het gesprek meandert alle kanten op en krijgt in elk geval niet de structuur die ik me had voorgesteld. Via de constatering dat de wereld klein is – we hebben een gemeenschappelijke kennis - komt het gesprek al snel op de zakelijke kant van de hedendaagse muziekwereld. Newman heeft een eigen platenmaatschappij, decennia ervaring én een uitgesproken mening over hoe die wereld in elkaar zit. Hij is een pure professional en in zijn vak neemt hij de zakelijke kant zeer serieus.

Ik heb zijn uitspraak vaker gelezen, maar op een gegeven moment merkt hij ook in ons gesprek op dat elk nieuw liedje dat nu op de markt komt, in feite concurreert met elk liedje dat ooit is uitgebracht. Het is zo’n waarheid die je even tot je door moet laten dringen; een eyeopener. Colin Newman refereert aan streamingdiensten waar je zo’n beetje de hele wereldgeschiedenis aan popmuziek ter beschikking hebt. Als jij met je bandje daar iets nieuws aan toevoegt, moet het de strijd aan gaan met die enorme catalogus. En waarom zou een gebruiker nog jouw liedje aanklikken? Het illustreert hoe absurd de muziekmarkt inmiddels is. Honderdduizenden bandjes en artiesten met ambitie overal ter wereld maken een berg aan creatieve uitingen die niet te overzien is. En dankzij het internet is het allemaal bereikbaar en schreeuwt het allemaal om onze aandacht.

Maar waarom doen al die muzikanten dat nog? Waar begint Wire of elke willekeurige andere band nog aan als ze weer aan het werk gaan om nieuwe nummers te maken? Wat is de zin ervan wanneer je weet dat jouw muziek hooguit nog maar een niche in de muziekmarkt zal bereiken, wat inmiddels ook voor de meeste bands van naam en faam opgaat.

Het moet hier om een diepgewortelde behoefte van mensen gaan. Muziek maken en misschien ook nog een beetje het aanzien en de positieve aandacht die dat oplevert, is kennelijk voldoende om ons muzikanten aan de gang te houden. Ook als dat helemaal niks oplevert.

Het hele jaar door worden we dus toch bedolven onder de nieuwe platen. Het is een niet te stoppen lawine van lawaai. Wat ons bereikt is dan nog eens een selectie uit de continuee diarree. Keuzestress en afstomping liggen op de loer. Daarom hebben we gidsen nodig, die met ons speuren naar werk dat de moeite waard is om er tijd in te steken en het te beluisteren. Gidsen als Muzine.nl.

Mijn muziekconsumptie begint absurde vormen aan te nemen. Alsof ik toch wil proberen alles te horen wat er wordt aangeboden, want stel je voor dat ik iets over het hoofd zie waar ik bij beluisteren heel blij van wordt. Afgelopen jaar heb ik 118 platen gerecenseerd. En daarnaast nog het een en ander aangeschaft of gecheckt zonder dat het in gepubliceerde woorden is vervat. Er is tijdnood om alles te verwerken en in die stress maak je ook wel eens fouten. Je besluit bijvoorbeeld een plaat niet meer te recenseren, die wel uitgroeit tot je nummer twee uit je jaarlijstje. Het is om gek van te worden en je verlangt naar een moment van rust om enkele van die platen van afgelopen jaar nog eens rustig te kunnen beluisteren.

Maar waarom luisteren wij als consumenten nog naar al die nieuwe platen? Waarom nemen we de moeite en geven er geld aan uit? Is niet alles al eens bezongen, elke akkoordenwisseling al duizenden malen gecomponeerd en te vinden in die giga-catalogus op het web? Het is toch onmogelijk die hele catalogus te kennen en er blijft een leven lang toch nog te ontdekken, ook als er vanaf nu helemaal niks nieuws meer zou verschijnen?

Een niet te stillen honger drijft me voort. Reikhalzend zoek ik naar lijsten waarop nieuwe releases worden aangekondigd en hunker al weer naar de dag waarop enkele van die nieuwe platen het daglicht zullen zien. Honger, honger, naar meer en steeds meer. Honger naar die shot endorfine als ik voor het eerst iets hoor dat me raakt. Daar kan geen oud liedje uit die hele catalogus aan popgeschiedenis tegenop. Die sensatie is verbonden aan de ontdekking, aan het succes in de jacht. En dus ben ik blij dat de mens een niet te stoppen drang voelt om muziek te maken. En net zo blij met de enorme stapel nieuwe releases die voor 2016 al weer bij de redactie van Muzine.nl zijn binnengekomen. Kom maar op, zet me maar onder die douche. Ik overleef het wel zolang mijn hersenen nog noten kunnen blijven opnemen. Geef me mijn shot! Geef 'm me nu!

Wim du Mortier

 

Eindejaarscolumn: Kippenvel

Muziek is hoorbare emotie. Afijn, de juiste soort dan toch. Gelukkig maar. Muziek moet raken. Hard. Hoe harder hoe beter. Ik zou weleens aan een blinde willen vragen hoe het is om alleen te horen? Zou het dan niet veel harder binnenkomen? Vaak doe ik bij een concert mijn ogen dicht. Sluit zoveel mogelijk prikkels buiten. Probeer alleen te luisteren. Gekeerd in mezelf laat ik in het duister van mijn hersenpan de muziek binnen. Kom maar met je basloopje, ja daar is mijn hart. Kom maar met je meeslepende gitaren, ja daar in mijn onderbuik is nog wel plaats. Oh, kom maar met je beukende drums, ja daar is de steen in mijn maag die kapot mag. Het brok in mijn keel mag er ook aan.

Mijn tranen zitten losser tegenwoordig en dat is op concerten ook te merken. Vaak hou ik het niet droog, want dan denk ik aan een te vroeg gestorven vriendin. Of aan de liefde, en hoe vluchtig die kan zijn. Maar gelukkig is het niet altijd kommer en kwel. Soms word ik ter plekke verliefd. Op een zangeres, een barjuf of zomaar een meisje in het publiek. Als vreugde en verdriet om voorrang strijden en ik het warm en koud tegelijk krijg, dan zou ik aan een blinde willen vragen welke verhalen er in het kippenvel op mijn armen geschreven staan.

Ik kan me niet voorstellen dat muziek ooit stopt. Het zou oorverdovend stil worden. De steen in mijn maag zou groeien, de brok in mijn keel zou me uiteindelijk de adem benemen. Hoewel sommigen beweren dat rock ’n roll dood is, weet ik uit ervaring dat dit niet waar is. Jim, Jimi,. Kurt en Herman mogen er dan niet meer zijn, maar hun muziek leeft door. Gisteren nog zat mijn zoontje van drie te headbangen achter in de auto. ‘It's always tease, tease, tease’, zong hij fonetisch met Joe Strummer mee.

Volgens mij is hij er wel klaar voor, dus heb ik een paar oorkappen voor hem gekocht. Ik moet er niet aan denken, dat hij zijn oren verziekt en dat hij op mijn leeftijd niet meer van muziek kan genieten. Zelf lig ik ’s nachts vaak genoeg met een suis in mijn oren na een optreden ‘na te genieten’. De schreeuw van de vlinder, noem ik dat eufemistisch. Stom. Gehoorbeschadiging is niet iets waar je op zit te wachten als muziekliefhebber. Dat de muziek stopt… Geen fijne gedachte. Ik krijg er kippenvel van.

Theo Stepper

Lees alle eindejaarscolumns hier.

Eindejaarscolumn: Eindejaarslijstjesleed, en de heimelijke liefde voor de Schlager.

Wéken zit ik er inmiddels tegenaan te hikken, mijn eindejaarslijst van 2015. De beste albums, concerten, exclusive limited edition ultra-megaboxsets en meer van dit jaar. Het lijkt er op dat het me steeds moeilijker valt een afgewogen oordeel te vellen over wat ik in een jaar door mijn gehoorgangen jaag. Bovendien heb ik voor mezelf de lat nogal hoog gelegd, door jaar na jaar een compleet boekwerk te maken van zoiets eenvoudigs als een eindejaarslijstje. Bijna elke titel even bespreken, albumcover erbij cut & pasten, flarden songteksten citeren en ga zo maar door. Vrienden die iets minder van muziek bezeten zijn dan ondergetekende, gebruiken mijn lijstje als een soort gids om muziek te ontdekken. Andere muziekgekken toetsen het lijstje aan hun eigen bevindingen. Nou heb ik links en rechts in de gauwigheid al wat pro forma Top 10 lijstjes ingeleverd, maar intussen is het eind december, komen er te elfder ure nog wat platen binnen die zich mogelijk nog tussen voorlopige klasseringen wringen en is er van een afgewogen en ultieme eindlijst nog steeds geen sprake. The pressure is on

En waar ligt het nou aan dat het maar niet wil lukken met die verdomde lijst? Blasé geraakt? Teveel muziek gehoord die je als ouder wordende muziekgek als een doorslagje van een andere band herkent en kunt herleiden naar een origineel uit vervlogen tijden dat beter was? Opa vertelt en duidt, en zegt dat vroegah alles beter was? Nou nee. Eerder het feit dat grootvader zichzelf nog altijd wijsmaakt dat zijn leven niet compleet is als een CD, LP of 7” niet in zijn uitpuilende kasten staat. Plus een smaak die zo breed is als de Grand Canyon. Tenslotte zijn er maar twee soorten muziek: goede en slechte. En slechte muziek kan je dan ook nog goed vinden, of in elk geval te pruimen. Neem nou de Duitse Schlager-afwijking die ik heb. In mijn jonge jaren met natte haartjes net iets te vaak voor de door mijn ouders gesmaakte ‘Hitparade im ZDF’ gezeten, met de legendarisch presentator Dieter-Thomas Heck (foto hiernaast). Als Limburger was en is Duits mijn tweede taal, verdammt nochmal ! Gevolg: ik hoef op een rommelmarkt of platenbeurs maar de titel van zo’n Schlager te zien of er glijdt automatisch een kwartje in de jukebox in mijn hoofd en het nummer begint te spelen, waarbij ik minstens het refrein mee kan zingen, zo niet de hele tekst. Ik weet nog altijd niet of ik mijn ouders dankbaar moet zijn dat ze een teer kinderzieltje aan Schlagers hebben blootgesteld, of dat ik hen aan moet klagen wegens kindermishandeling.

(Hard)rock, jazz, hiphop, dance, soul, funk, (dub)reggae, indie- en alternative rock, disco, filmmuziek, chansons, girl groups, yeh yeh girls, smartlappen, zo’n beetje alles wat zich tussen muzikale kunst en kitsch beweegt, schotel het me voor en ik wil er van proeven. En daar gaan we weer, in een bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging om kaf van koren te scheiden, waardoor je weer dieper verzinkt in een nichemarkt of substroming, tot je door de bomen het bos niet meer ziet. Nog een geluk dat ik me verre houd van de hitparades van deze wereld, van blues, bijna alles waar je het adjectief ‘metal’ bij kunt plaatsen en house, techno en alle aanverwante filialen grotendeels links laat liggen.

Een en ander heeft tot gevolg gehad dat ik afgelopen jaar weer als een razende muziekjunkie tekeer ben gegaan, altijd op zoek naar een nieuwe fix. Gezonder dan een crackverslaving, maar wel even duur, want streamen of downloaden? No way! Deze jongen gaat voor the real deal, vinyl of CD of soms allebei, waarbij ik m’n geluk niet op kan als bij een LP van een band ook de CD is geleverd. Dat scheelt dan weer een paar knaken.

Aangezien er maar 24 uur in een dag gaan, ik een baan heb, een kind en wat er nog rest van een sociaal leven, lijk ik wat muziekbeleving betreft steeds meer op een hond die in zijn eigen staart probeert te bijten. Honderden releases –oud en nieuw en in diverse formats- sleepte ik afgelopen jaar naar mijn woning die steeds meer op een mancave begint te lijken. Oftewel: nauwelijks heb je de kans gehad om een nieuw album te beluisteren, of andere schreeuwen alweer om voorrang, waardoor het vaak bij een min of meer oppervlakkige luisterbeurt blijft, want er is nog zóveel moois om te ontdekken. Waar is de tijd gebleven dat je wekenlang in een plaat kon wónen? Lachend heb ik mijn dochter al aangespoord om vooral te gaan studeren en op kamers wonen, terwijl ik likkebaardend alvast becijferde hoeveel platen ik in een dan vrijkomende tienerkamer zou kunnen verstouwen. Inmiddels staan er nog twee rijen LP’s te wachten op een luisterbeurt, een stapel CD’s en enkele honderden vinylsingles. Ik ben niet gelovig, maar alleen hierom zou een tweede leven verrekte handig zijn.

Pak ‘m beet een week heb ik nog om een eindejaarslijstje te maken, te wikken en te wegen. Hoe hoog moet Tame Impala’s ‘Currents’ eindigen? Laat ik me wat gelegen liggen aan de die hard TI-fans die ‘uitverkoop!’ en ‘verraad!’ roepen? Tuurlijk niet. Hoe belangrijk en goed moet ik Kendrick Lamar’s ‘To pimp a butterfly’ inschatten? Moet ik mee laten wegen dat Public Enemy’s ‘It takes a nation…’ voor mij een belangrijkere plaat was? Waarom bijt ik mijn tanden stuk op het algemeen als meesterwerk beschouwde ‘Carrie en Lowell’ van Sufjan Stevens? Is er wat mis met mijn oren, omdat er behalve mede-Limbos Afterpartees en de half-Belgische Chantal Acda verder geen platen van Nederlandse bodem in mijn lijst staan? Ben ik een landverrader en ben ik ziekelijk gefixeerd op onze Zuiderburen, omdat ik moeiteloos een Top15 kan samenstellen met uitsluitend Belgische releases? Courtney Barnett nog maar eens een keer goed beluisteren en kijken of die een Top3-klassering verdient? Moet ik mezelf kastijden en ook het gelijknamige album van Taylor Swift beluisteren om Ryan Adams’ ‘1989’ op waarde te kunnen schatten? Was het een goed idee om ‘In colour’ van Jamie XX pas onlangs aan te schaffen en eerst maar eens te laten rijpen? En godver, dat concert van Flying Horseman vorige week en hun nieuwe album… Verdomd goed, dus…? Blijf ik bij mijn oordeel dat John Grant, Low, Wilco, Death Cab for Cutie, Calexico, Jon Spencer Blues Explosion, My Morning Jacket –to name but a few- wel eens sterker voor de dag zijn gekomen? Is er überhaupt een plaat die me dit jaar van mijn sokken heeft geblazen? Eerlijk gezegd: nee. Is het daarom en vanwege de draaifrequentie dat ‘Currency of man’ van Melody Gardot dit jaar waarschijnlijk met de eer gaat strijken? Valt morgen die driedubbelaar van Kamasi Washington nog op mijn deurmat en kan die nog mee???

Vragen, vragen, vragen, en nog maar zeven dagen. Weekje vrij nemen dan maar?

Frank Heythuysen

Lees hier alle eindejaarscolumns.

Eindejaarscolumn: 2015: Huiswerk en verlies.

Huiswerk

“Die hebben duidelijk hun huiswerk gedaan” is een term die ik regelmatig gebruik als ik het over jonge bandjes heb. Nieuwe artiesten die goed hebben geluisterd naar wat er zich voor hen afspeelde op muzikaal gebied. Het Drentse Pauw is zo'n band. Hun debuut van eerder dit jaar, Macrocosm Microcosm, is diep geworteld in de psycedelica van de jaren 70. Daarnaast hebben ze heel goed bestudeerd hoe George Harrison en Brian Jones de sitar toepasten. Duidelijk hun huiswerk gedaan dus.
Ergens op zijn slaapkamer in Engeland zit Sam Shepherd, alias Floating Points, jarenlang te knutselen aan zijn fascinerende debut Elaenia. Na vijf jaar lang ep's in verschillende muziekstijlen te hebben uitgebracht, was het nu tijd voor het grote werk. Deze jonge electronica producer heeft duidelijk naar de grote heren op het Warp label geluisterd en weet absoluut hoe je een beat programmeert en daar als een warme deken meerdere lagen overheen legt. Maar hoe zo'n bleke Brit met bril zulke swingende en dampende jazz uit zijn apparatuur weet te toveren alsof je naar een hele band zit te luisteren, kan alleen maar komen als je heel veel uren heel goed hebt zitten luisteren naar heel veel jazz platen. Om vervolgens minstens evenzoveel uren aan het programmeren ervan te werken. Heel veel huiswerk dus.
Tegelijkertijd, in Australië, zit Kevin Parker (Tame Impala) te sleutelen aan een nieuw geluid. Het beproefde recept van rammelende, rauwe garage-psycedelica wordt met volle overgave overboord gekieperd om ruimte maken voor een nieuw, meer ingetogen, maar vooral electronischer geluid. Met een transitie van gitaar naar synthesizer die hooguit alleen eerder is vertoond door Gary Numan. Na veel experimenteren en vooral proberen, is er een subtiel meesterwerk afgeleverd waar je de manuren bijna vanaf hoort druipen. Terecht dat Currents in praktisch ieder jaarlijstje staat dat ik heb  gezien dit jaar.

Verlies

De grootste inspiratie voor de kunst, naast de liefde, is verlies. De break-up plaat is bijna een muziekcategorie op zich. Mede daardoor had Vulnicura van Björk het daglicht bijna niet gezien. In een interview vertelde ze dat ze een break-up plaat te makkelijk vindt, “valse inspiratie”. De inmiddels 50 jaar oude zangeres heeft een ontembare honger naar nieuwe geluiden en de laatste technieken. Ze bracht deze week nog een nieuwe app uit voor de 3D clip bij Stonemilker. Ze werkt met vooruitstrevende artiesten (of het nu gaat om muziek, kleding, vidoeclips of instrumenten) en de beste nieuwe producers (in dit geval Arca en The Haxan Cloak). Voor de vrouw voor wie vooruitgang de voornaamste motivator is, is terugkijken al moeilijk genoeg. Het einde van de relatie en alle ellende die daar bij komt kijken, als je samen ook nog eens een dochter hebt, zorgt in dit geval voor misschien wel haar mooiste album.
Als laatste Sufjan Stevens. Hij verraste vriend en vijand met Carrie & Lowell, geschreven na het overlijden van zijn moeder, is met afstand zijn meest persoonlijke plaat. Muzikaal zit het album het dichts bij het ingetogen Seven Swans, maar dit is toch wel echt de overtreffende trap. Carrie is dus zijn moeder (te zien op de krakkemikkige foto's op de hoes) en Lowell zijn stiefvader, die hem in zijn jeugd en tienerjaren met veel muziek liet kennismaken en met wie Sufjan het platenlabel Asthmatic Kitty opzette. Dat hij schitterende muziek kon maken is geen nieuws, maar de open- en eerlijkheid in de teksten roert zelfs het grootste ijskonijn nog tot tranen. Het was geen makkelijke vrouw en zeker geen makkelijke jeugd, maar als dit zijn therapie is, dan moet dit geholpen hebben. De creatieve duizendpoot maakt net zo makkelijk een electronisch album over sterrenbeelden als een film over een stuk snelweg, maar het wordt pas echt mooi als hij zichzelf helemaal blootgeeft op plaat.

2015 wat was je een mooi jaar!

Fabian Hofland

Eindejaarscolumn: 2015, en de allesomvattende foto van het crowdsurfende moslim meisje.

Het bezoeken van concerten en festivals is een van mijn favoriete bezigheden. Er gaat vrijwel niets boven het zorgeloos genieten van livemuziek omringd door vrienden met een gerstenatje in de hand. Vrijdagavond dertien november was ik deze hobby aan het uitoefenen in de Mezz in Breda. Het woord "uitoefenen" kan in deze geheel letterlijk genomen worden omdat ik bij concerten van mijn favoriete band Therapy? steevast vooraan sta of lig: als je voor de moshpit kiest weet je op voorhand dat de zwaartekracht zo nu en dan niet je beste vriend is. Het voordeel ervan is dat de calorieen van het bier linea recta verbrand worden en iedereen al zijn tijd en aandacht nodig heeft overeind te blijven, van de band te genieten en te fungeren als golf voor de crowdsurfer die van alle kanten kan opduiken. Tussen de liedjes door wordt er snel nieuw vocht gehaald, wordt er naar adem gehapt, worden er veters gestrikt en geven onbekenden elkaar high-fives omdat ze hetzelfde intense genot ervaren of als bedankje omdat de een de ander zojuist van de vloer geraapt heeft. Volledige verbroedering in een microkosmos die anderhalf uur lang bestaat uit een paar vierkante meter, verstoken van nieuws uit de buitenwereld die even niet bestaat.

Op hetzelfde moment dat Therapy? kwam, zag en overwon, werden de Eagles Of Death Metal 400 kilometer zuidelijker in Parijs ongewild de bekendste en meest besproken band ter wereld. De oorzaak daarvan moge duidelijk zijn. Op veertien november ontwaakte ik uit mijn Bavaria-coma en begon alle nieuwssites af te speuren over de nachtmerrie in Parijs. Ik werd overmand door een gevoel van woede en verdriet. Ik ervoer het drama dat zich in de Bataclan had voltrokken als een aanval op mijn hobby, mijn levensstijl en de hele muziekwereld an sich. Van de horrorverhalen van de vier vrienden die bij Humberto Tan aanschoven rezen de haren mij ter berge en kreeg ik letterlijk een brok in mijn keel. Omdat ik me niet door angst wilde laten regeren ( Rutte & co is al erg genoeg) besloot ik mijn concertfrequentie nog een beetje op te voeren: uiteraard omdat ik het leuk vind, maar ook als statement, als een dikke middelvinger naar iedere klootviool met een kalasjnikov of een bomgordel die kwaad in de zin heeft. Ik hoop stiekem dat die lui die zichzelf hebben opgeblazen mij of jullie zien genieten terwijl ze daarboven voorover gebukt afgewerkt worden door 72 groot geschapen mannelijke maagden terwijl de Dj Like A Virgin van Madonna draait.

Het beste statement kwam mijns inziens op negentien december van een jongedame die ging crowdsurfen bij het concert van John Coffey in Leiden. Op zich niets bijzonders zou je zeggen, ware het niet dat het om een moslima met hoofddoek ging. De prachtige foto (boven) die Muzine.nl's Jan Rijk van het tafereel maakte, spreekt boekdelen en behoeft in principe geen uitleg maar aangezien het mijn column is deel ik mijn interpretatie toch. Ik zie hier de enorme kracht van verbinding die muziek heeft. Afkomst, geloof en geslacht doen er niet toe, het is totale vrijheid, gelijkheid en geluk tussen vier muren zolang je maar voor elkaar zorgt en mekander respecteert. Concerten en festivals zijn als het ware kortstondige multiculturele mini-maatschappijen die zichzelf veelal zelf reguleren. De concertzaal is mijn kerk, de concertagenda mijn bijbel en mijn geloof zonder god heet muziek. Amen.

Ronald Klootwijk

Column: Ich war dabei


Meestal werkt het als volgt: je hoort een liedje op de radio – en vervolgens misschien nog een paar keer – en vervolgens koop je een singletje of een album. Met een beetje mazzel treedt het bandje in de buurt op en kan je ze eens live gaan kijken. Het optreden valt mee of tegen. Als het meevalt geniet je thuis of onderweg nog meer van hun album dan je vooraf al deed. Als het tegenvalt, waren je verwachtingen te hoog: het kan aan de band liggen, of aan jou. Toch blijf je genieten van de muziek op het album dat je eerder al aanschafte.

Soms gaat bovenstaande echter niet op. Soms, heel soms ken je een bandje van optredens. Je hebt dan het geluk om de muziek live te ontdekken. Als het bandje hard werkt, dan krijg je hiertoe veelvuldig de kans. Op de een of andere manier stellen ze nooit teleur, hoe hoog de lat van verwachtingen inmiddels ook ligt. Met een beetje mazzel raak je aan de praat met een of meer bandleden en kom je meer te weten over het aanstaande album. De muziek, de sfeer, de teksten ken je al, maar wanneer komt het uit? Is het al gemixt?

Iedereen kent wel iemand die iemand kent die iemand kent die ooit bij een show van The Beatles in Hamburg was. Het was begin ’60 en The Beatles waren nog niet bekend. Door hard te werken en veel live op te treden, speelden zij zich in de kijker, bouwden aan hun reputatie en kregen een platencontract. De rest is geschiedenis. Uiteraard wil ik niet beweren dat ik een bandje heb ontdekt dat kan tippen aan The Beatles. Maar ik doe het lekker toch. Een beetje.

Ik volg de band nu een aantal jaar en heb ze in die periode veelvuldig live zien optreden. Ten tijde van Moonshine, hun eerste album, moest ik nog een beetje aan hen wennen, maar sinds ze werkten aan opvolger Dodo, heb ik de band in mijn hart gesloten. Nu ben ik meer liefhebber dan kenner van indie, maar dat de eclectische mix van folk, pop en blues, die bovendien is doordrenkt met een gezonde dosis psychedelica, nog niet door Nederlandse radiostations en boekers van (middel)grote festivals is opgepikt is eigenlijk te triest voor woorden. Dat ze regelmatig in Duitsland en Frankrijk zalen platspelen en in Frankrijk, in de legendarische club Le Réservoir, op een vooraanstaand concours zowel door jury als publiek tot winnaars werden verkozen, spreekt boekdelen.

Het is dan ook niet voor niets dat ze vorige week terugkeerden naar Le Réservoir om daar hun nieuwste album Dodo het licht te laten zien. Het is dan ook niet voor niets dat ik vorige week naar Parijs afreisde om hiervan getuige te zijn. En dat wàs dan ook niet voor niets: Ich war dabei. Zowel bij de spetterende liveshow als bij de knotsgekke, intieme en uiterst gezellige afterparty. En ook al gelooft niemand me over twintig of dertig jaar, als de band een sterrenstatus heeft en alleen nog voor stadionconcerten en festivals wordt geboekt, het was de moeite meer dan waard.

Over wie ik het heb? Half Way Station, natuurlijk. Nomen est omen, want de band is zo goed als gearriveerd. Wie nog nooit naar een optreden is geweest, kan ik alleen maar aansporen om dit gauw te doen. Aankomend weekend spelen ze op het showcasefestival Reeperbahn in, jawel, Hamburg en over drie weken spelen ze Rotown plat tijdens de Nederlandse release van Dodo. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar zeg niet dat ik je niet heb gewaarschuwd. Dit is je kans, zorg dat je erbij bent!

Muzine.nl geeft 2x 2 kaarten weg voor de Nederlandse presentatie van Half Way Station's nieuwe album Dodo in Rotown, Rotterdam op 10 oktober.

Stuur een mail met daarin je volledige naam en adresgegevens naar hws@muzine.nl en like de facebookpagina van Muzine.nl.

Deze aktie loopt tot 3 oktober 2015. De winnaars krijgen nog diezelfde dag bericht.

Column: Straight Outta Compton

Als er iets is dat Ice Cube nooit zal kunnen ontkennen dan is dat het feit dat hij de vader is van O'Shea Jackson Jr. Wat lijkt de acteur als twee druppels water op zijn jonge ouweheer en wat speelt hij hem overtuigend in de door Dr. Dre gefinancierde biopic Straight Outta Compton. Zijn sterke spel is een van de pijlers van een film die geen moment verveelt. Het is het jongensboek van vijf gozers uit L.A.'s naargeestige voorstad Compton die vanuit het niets beroemde rappers worden. Feestjes, drank en vrouwen zijn ineens aan de orde van de dag, maar met het succes komt ook het geld en het bijbehorende gekonkel. Eazy E is de grote lieveling van manager Jerry Heller, tot onvrede van de rest. Zoals in de scene waarin Eazy en Jerry Heller samen zitten te lunchen met kreeft en dure wijn en de andere jongens in een busje zitten te lunchen met fastfood hamburgers. Het uitblijven van contracten zorgt er voor dat Ice Cube als eerste uit NWA stapt. Het wordt hem niet in dank afgenomen. Hij is de Benedict Arnold, de verrader, in de ogen van zijn oude vrienden. Ice Cube schrijft daarop de allesvernietigende diss-strack No Vaseline waarin hij geen spaan heel laat van NWA in het algemeen, en de Joodse Jerry Heller in het bijzonder ("You let a Jew break up my crew").

Twee jaar later stapt ook Dre met veel bombarie uit de groep en over en weer schrijven Eazy en Dre diss-tracks over elkaar. Maar uiteindelijk breekt ook Eazy met Heller en de heren komen weer nader tot elkaar. Ze praten zelfs over een reünie, die er nooit zal komen want Eazy heeft een naar hoestje. Als hij op een dag flauwvalt en in het ziekenhuis moet worden opgenomen wordt de diagnose gesteld: AIDS. Eazy sterft in 1995, op 31-jarige leeftijd.

Wie betaalt bepaalt en dus wordt uiteraard niet alles beschreven in de film. Dat Dr. Dre nog wel eens losse handjes had en hier en daar een vrouw mishandelde komt op geen enkele manier ter sprake. En Jerry Heller wordt weliswaar als een sympathieke oude baas neergezet die opkomt voor zijn jongens, maar ook als heel erg onbetrouwbaar, hetgeen Heller overigens tot de dag van vandaag ontkent. Dat maakt ook nieuwsgierig naar zijn kant van het verhaal. Heel erg objectief en kritisch is de film dus niet, daar is meer distantie voor nodig. Het is voornamelijk de waarheid van Dr.Dre. Het zal dus niet het complete verhaal zijn van de opkomst en ondergang van een vriendengroep, maar is voor de echte oldschool hiphop fan zeker een 'must see'. Al is het maar vanwege alle geweldige muziek van 'Tha Boyz in tha Hood' waar de film uiteraard mee doorspekt is.

Meer Rodney Rijsdijk: www.rodzooi.nl

Column: Drinken zonder roken is als Dolly Parton met een A-cup.

Ik zat laatst in de kroeg aan een quinoasalade en een kopje muntthee met honing. Natuurlijk niet! Ga je weg, we weten allemaal beter: zo begint geen enkel leuk verhaal en dus doe ik het maar een keer. Kroegverhalen moeten doordrenkt zijn van sloten bier, drie liter slechte kroegwijn en die tequila die je nooit had moeten nemen. Het liefst met roken er bij. Roken en drinken is een combinatie die net zo complementair aan elkaar is als de tandem Bergkamp-Jonk bij Ajax in de jaren negentig. Drinken zonder roken is als shoarma zonder knoflooksaus, als hachee zonder uien of als Dolly Parton met een A-cup. Roken en drinken zijn twee gewoontes die ik mezelf in de jaren negentig heb aangeleerd en die tot op de dag van vandaag tot mijn favoriete bezigheden behoren.

Toen de Franse filosoof Jean-Paul Sartre ooit werd gevraagd naar wat hij het meest zinvolle in het leven vond antwoordde hij: ‘Roken en drinken.’ Je ziet het, ik ben dus niet de enige die zo denkt. Roken en drinken. Als ik alles toch eens zo goed kon als roken en drinken. Ik zou het de hele dag wel kunnen doen als het niet zo verrekte funest voor m’n lijf was.
Toch wordt de rookindustrie al jaren niet heel erg rijk meer van me. Ik ben een avondroker geworden. Ik rook als ik drink. En op dagen dat ik niet drink rook ik niet. Met een pakje sigaretten doe ik meestal drie of vier dagen. Alleen in het geval van gezelligheid overdag waarbij ik al vroeg aan de tetter ga wil ik nog wel eens vroeg gaan roken, maar dat is eerder uitzondering dan regel.

In de jaren negentig was roken nog helemaal niet ongezond. Of althans, dat was het wel, maar praktisch iedereen deed het en niemand zei er ooit iets over. Roken hoorde erbij. Er werd volop reclame voor gemaakt en roken had een aureool van stoerheid over zich heen waar ik vatbaar voor was. Rock’n Roll! De kroegen stonden blauw en dat hebben ze tot 2008 gedaan. In 2008 sloeg de gezondheidsrevolutie over naar Nederland. Het moest maar eens gedaan zijn met die vieze ongezonde rokers in de kroeg! Ik had het al eens meegemaakt in Vancouver een aantal jaren daarvoor, maar kon me nooit voorstellen dat er ooit een rookverbod in Nederland zou komen. Al waait alles wat aan de overkant van de oceaan begint uiteindelijk altijd hiernaartoe, dus ik had beter moeten weten. En dus ruik je tijdens concerten tegenwoordig geen sigaretten meer maar een curieuze melange van zweet, scheten, parfum en verschaald bier.

Inmiddels ben ik er aan gewend en vind ik het prima. Als ik een sigaretje wil roken terwijl ik ergens bier sta te tanken loop ik even naar buiten of in het ergste geval naar een slecht geventileerd rookhok. En op de meeste verjaardagen waar ik tegenwoordig kom rookt iedereen gezellig op het balkon of in de tuin. Iedereen blij. Een tevreden (niet-)roker is geen onruststoker. Of ik ooit stop? Het zou zomaar eens kunnen. Ik mag van mezelf tot m’n veertigste roken, dus ik heb nog twee jaar. Dan heb ik een dikke kwart eeuw gerookt en daarna wordt het dan tijd om eens wat minder gif in mijn lijf te pompen. Een healthfreak zal ik nooit worden, maar iets gezonder leven mag wel. Waarschuw me trouwens wel als je me ooit in de kroeg aan een quinoasalade en een muntthee ziet. Dan gaat het niet best met me.

(Rodney Rijsdijk schrijft columns, live- en albumrecensies voor Muzine.nl,  rake observaties voor zijn blog Rodzooi.nl en publiceerde in 2014 zijn debuutbundel Kroegkronieken. Maar voor alles is hij Amsterdammer in hart en nieren. En dat laatste kan nogal eens wat irritatie opleveren, gezien het feit dat de redactie van Muzine.nl in Rotterdam gevestigd is. Het zij hem vergeven........)

Beste Johan Derksen,

Beste Johan Derksen,

Ik neem aan dat u blij bent dat het WK er op zit? U bent, in uw rol van brombeer eindelijk eventjes verlost van de babbelzieke Wilfred Genee, uw pispaaltje Hans Kraaij Jr., de voedselverwerkende eenmansindustrie Jan Boskamp, de afkickende Wim Kieft en het schaterlachkanon Rene van der Gijp. Vooral met die laatste boterde u niet helemaal lekker hè, de laatste tijd? Mijn god, ik ben op begrafenissen geweest waar de stemming joliger was dan aan jullie beroemde stamtafel de laatste afleveringen.

Dan werd u ook nog eens op uw nummer gezet door een bondscoach die door u en uw tafelgenoten wekenlang met de grond gelijk is gemaakt. Een coach die wint heeft gelijk en u, de criticaster, niet. Maakt Silva 2-0 in die wedstrijd tegen Nederland dan had Spanje er waarschijnlijk met 3-0 of 4-0 overheen gewalst en dan had u het glorieuze gelijk en de publieke opinie aan uw zijde. Nu klapte Nederland er met 5-1 op en dan bent u ‘die zure zeiksnor’. Die lijn is flinterdun en tekenend voor de opportunistische voetbalwereld waarin u zich al ruim een halve eeuw in begeeft. Wat dat betreft hoef ik u niks te vertellen. En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n Holladijee-Hup-Holland-Pipo, maar Louis van Gaal heeft alles en een beetje meer uit een groep met veel eredivisievoetballers gehaald. Daar verdient hij credits voor. Hij smeedde een elftal waar ik sympathie voor kreeg en het is lang geleden dat Oranje zoiets in mij losmaakte.

Eigenlijk houdt u meer van muziek dan van voetbal, heeft u zich vaak laten ontvallen, dus laten we het daar over hebben. Ik ga tot op zekere hoogte mee in die stelling. Een fijn concert gaat wat mij betreft te allen tijde boven een wedstrijd van Oranje. Bij een wedstrijd van mijn club wordt die keuze lastiger, maar naarmate ik ouder word (nu 37) sla ik wat makkelijker een competitiewedstrijd over. Zeker met het huidige niveau van de eredivisie is de keuze om soms iets anders te gaan doen minder moeilijk dan vroeger.

U bent een echte muziekliefhebber. De paar keer dat ik u in VI Oranje zag zitten naast ‘zangers’ als Frans Bauer en Gerard Joling zag ik onverholen ergernis op uw gezicht en daar kan ik me iets bij voorstellen. Hun muziek is zaaddodend slecht en niemand die echt van voetbal houdt zit op hun kijk op voetbal te wachten.

Waarom kwelt u zich nog langer met dit soort clownerie? De hele carnavaleske sfeer bij VI Oranje maakt dat u soms reageert zoals u doet. U bent duidelijk niet op uw gemak in die setting of voelt u zich wel fijn in de rol van ouwe brompot? Is het om het ware bluesgevoel van lijden op te roepen? Of is het dan echt alleen voor het geld dat u dit doet? Dat kan ik me haast niet voorstellen. Met uw weekblad, uw programma en hier en daar een babbelschnabbel in den lande verdient u volgens mij behoorlijk bovenmodaal. Dan zou ik, zeker op uw leeftijd, zeggen: ga lekker de dingen doen waar u plezier uit haalt. Ga naar dat gat in Texas om het geboortehuis van Criple Barfing Jefferson te zien, om maar eens een onbekende grootheid op te noemen.

En mocht u over twee jaar toch weer een programma willen doen rond het EK 2016: ga dan een keertje niet naar het Kurhaus. Laat Genee, Gijp, Boskamp en Kraaij lekker thuis en presenteer het lekker vanuit Maloe Melo, Home of the Blues in de Jordaan. Ik neem aan dat u als kenner bekend bent met dit roemruchte etablissement aan de Lijnbaansgracht? Ome Jur en zoon Patrick achter de toog en Stotter Guus aan de kassa. Veel bluesiër wordt het niet, mijnheer Derksen! En Ome Jur deelt de liefde voor sigaren en obscure muziek met u. Elke dag een mooie band in de geïmproviseerde kroegstudio in plaats van blije polonaiselopende hoempapagekkies. Geen studiogasten zoals de Bauers, de Jolings en dat soort blije eikels, maar mensen met passie voor muziek en voetbal (ik kan wel een mooie top 10 samenstellen). Dat Studio Voetbal is ook al een jaar of wat aan vervanging toe, dus het kan mooi op de publieke omroep. Kunnen de oranje carnavalsclowns naar Bauer, Joling en Jantje Smit met een oranje hoedje op bij de commerciëlen kijken.

Natuurlijk is het een utopisch format, maar het past u stukken beter dan VI Oranje. Dat u aan het eind van het toernooi denkt: ‘Kut, zit het er nu al op?’ En dan steekt u de brand in een goede sigaar, zet de nieuwste Toothless Dog Bradley op en rijdt de Mokumse nacht in… Tevreden, verlost van de VI Oranje-blues….

Met vriendelijke groet,

Rodney Rijsdijk

(meer columns van Rodney Rijsdijk zijn te vinden op www.rodzooi.nl)

Ouwe Lul


Het is acht uur en ik vertrek in mijn oude auto. Bestemming: Werchter. Ik ga naar het festival Rock Werchter: veertig jaar oud, net als ik.
Al om half elf in de ochtend parkeer ik op Parking A8, aan de achterkant van Camping A1. Of ik een snelheidsrecord heb geboekt weet ik niet, maar ik ben er blij mee. Ik kom hier al bijna vijftien jaar en herinneringen vloeien door elkaar als ecolineverf. Mooi is het, maar praktisch niet, want het resultaat is nooit wat ik ervan verwacht.
Dat ik net zo oud ben als het festival wordt mij op de camping meermaals – onbedoeld maar daarom niet minder erg – ingewreven.
‘U kunt daar uw tent daar niet neerzetten meneer, want er komen nog een paar vrienden van ons.’

'Meneer'?
Maar ik zeg dat ik het begrijp, knik ter bevestiging en schuif een meter op. Of het zo goed is, vraag ik aan het meisje. Ze haalt haar schouders op en ik zie aan haar gezicht dat ze wil tegensputteren, dus ik speel mijn leeftijd uit en kijk haar streng aan. ‘Ah ja, wel, het zal zo wel gaan zeker’, antwoord ze onwillig.
Als ik mijn tent bijna heb staan komen haar vrienden. Een paar had ze gezegd. Ik tel er in de gauwigheid tussen de tien en de twintig. Al snel staan er nog zeker elf tenten op een plaatsje dat groot genoeg leek voor zes. Een paar, denk ik, ach, elf is een paar enen, en ik trek een halve liter bier open. Proost.

‘Meneer, mogen we uw hamer lenen?’
Daar gaan we weer. 'U'.... 'meneer'. Gelukkig hoef ik ze niet te helpen, dus ik zeg niets en zuchtend, maar met een glimlach overhandig ik het gevraagde gereedschap. Zie ik er zo oud uit? Het antwoord laat op zich wachten, want mijn buurkinderen zijn goed opgevoed en telkens als een de hamer terugbrengt – 'vriendelijk bedankt, meneer' – is er een ander die haar wil lenen.
‘Heeft iemand een hamer?’ ‘Ja, daar, die meneer heeft er een.’ ‘Meneheeeer…’ Alsjeblieft… Ik heb zo’n vermoeden dat het geen nut heeft om te protesteren. Bovendien heb ik er zelf geen zin in. Het zou alleen maar onderschrijvend werken, immers NIET is een ontkenning die bevestigend werkt. Dus ik glimlach wederom en trek nog een biertje open. Deze ouwe lul is tenslotte op een rockfestival.

(Theo Stepper)

Dotan kruipt onder de huid, 7 Layers diep

Paradiso, Amsterdam. Dotan Harpenau met zijn nieuwe album release: 7 Layers. De grote zaal is uitverkocht en eigenlijk heb ik verder geen idee wat er precies staat te gebeuren.
In de intercity richting onze hoofdstad lees ik een interview waarin de singer-songwriter vertelt over zijn succes en de gezochte luwte daaropvolgend. Ik weet van geen succes. Ik weet van niks. Heb hem een keer een minuut bij De Wereld Draait Door gezien en gehoord.
Nu loop ik de gewilde zaal binnen die netjes is ingericht met heel veel stoeltjes waarop van alles zit. Mensen vooral, maar er zweeft boven alles iets anders. De ingehouden adem van fans. Van hen die er zeer bewust van zijn waarom ze hier zijn en ik zoek een plek in de hoek waar wat luwte is. Ook ik verwacht door de aanstekelijke sfeer nu iets moois. Mijn pen en notitieboek klaar voor de klanken die ik duidelijk nog niet ken.

Tijdens het eerste nummer, dat zoetgevooisd begint en een naderende volledigheid met zich meedraagt, kruip ik dichter naar de wiebelende fans toe. Ik hoor de muziek, maar ik hoor vooral de woorden die hij spreekt nadat het openingsnummer haar klanken laat eindigen in mijn oren. Hij heeft spanning. Hij heeft verwachtingen van zichzelf die zijn gelijke vindt in de zaal. De eerste zin die hij gezongen had was een dertig maal in zijn hoofd herhaald alvorens hij haar op het podium 'durfde' te zingen, vertelt hij ons. Bang dat ze hem zou ontglippen op het moment suprême. Die woorden waren het moment waarop ik begreep waarom Dotan in een uitverkochte zaal staat.
Aangevuld met een sterke band achter zich weet hij de ruimte tot aan de hogere relingen te vullen. Niet alleen door zijn muziek, maar ook door de manier waarop hij zichzelf deelt met het publiek. Als een verstokte blues-fanaat moet ik stilletjes toegeven dat hij de snaar weet te raken door even alleen met zijn stem en gitaar de zaal in te lopen. Het huiskamerconcert nacreërend, en met een warme overgave van de zaal becomplimenteerd. Ze zeggen het met klappende handen en ik noteer, tastend in het donker met een pen; "Dat was mooi."

7 layers is een album met dynamische nummers waarin hij de lagen van zichzelf probeert te delen met zijn luisteraars. Hij wil haast letterlijk dat je met hem onder de huid gaat zitten en met nummers als "Fall" en "Let the River In", gaat dat weer bij veel mensen lukken, denk ik.

Juan Moreno   

(foto's: Brian Krijgsman)

Gezien: Dotan, Paradiso, Amsterdam, 29/01/2014.
Dotan's album 7 Layers verschijnt 30/01/2014.

De Muziekfilosoof

De Muziekfilosoof....reflecteert  (1)

De onzichtbaar verzamelde enen en nullen zoemen op de achtergrond als ik onderzoekend het zilveren schijfje bekijk. De digitale content van een CD versleuteld in het spiegelende oppervlak waarin ik mezelf herken. Zowel een fysieke als een tonale 'reflector'

En wie herkent zichzelf niet in muziek? Laat zijn gemoed niet beroeren bij die ene uithaal van die verschrikkelijke zanger of die knagende gitaarsolo? Starend in het niets geeft de muziek een ijkpunt, een herinnering of een richting aan. Niet om te kijken maar om te voelen.

De ongrijpbare abstracte wereld van muziek heeft een verbond gesloten met het emotionele bestaan van de mens. Doelgericht worden we geraakt door de muzikale poëzie van een ander, bij de verdienste van degene die het 'gevoel ' zo goed weet te vertalen. Is het uit zelfmedelijden?

Menige frustratie, onzekerheid en het verlangen naar meer is er door blootgelegd, en misschien wel opgelost. En dat voor maar twaalf (!) euro. Het goedkoopste psychologische medium ter wereld.

 

De Muziekfilosoof.....luisterde  (2)

De muziekfilosoof luisterde. Keihard knallende beats zijn oren in, recht op hun doel af. Zenuwvernietigende, opbouwende bassen. De dj´s natte droom. De nieuwe supersterren. Rockende concentratieschuivers. Begenadigd knopbediende met een voorliefde voor zangeressen van het type achtergrondkoor.

Het bezorgt menig dansende luisteraar een schreeuwend, doch muisstille oude dag.

(Rob van Gameren is muzikant,  songwriter van The Yes Please, en filosofeert er in zijn vrije tijd driftig, doch poëtisch op los...)

Column: Kraaien

Andre Manuel is cabaretier, was in het verleden actief als zanger van het legendarische gezelschap Krang, en is als muzikant nog immer actief met zijn Ketterse Fanfare.

Om muziek te maken. Dat is wat ik steevast als antwoord geef op een vraag van een journalist waarom ik in godsnaam muzikant bent geworden. Om muziek te maken. Meer is het ook niet. Ik ben een zoon van een metselaar en als je als metselaar moet vertellen wat je voor de kost doet, dan hoef je daar ook niet heel erg lang over na te denken. Ik metsel. Dan kun je als journalist wel interessant gaan doen en die metselaar in een of andere stroming onder proberen te brengen, zeg de hardrockmetselaar. Of de trancebricklayer. Het is allemaal onzin. Je bent metselaar. Of je bent het niet. Ik ben geen metselaar. Ik ben muzikant. Ik maak muziek. En daar is het wel mee gezegd. Het is niks bijzonders. Als muzikanten het idee krijgen dat ze iets bijzonders aan het doen zijn, begin ik altijd een beetje te bokken. Maar als ik die muzikanten dan voorbij zie komen in een filmpje waarbij ze zich vol stoppen met sushi om zo de kijker over de streep naar een andere telefoonmaatschappij te trekken, is dat bokken ook al weer voorbij. Die maken geen muziek. Die maken reclame. En mijn zegen hebben ze. Want ik zeg het er maar even bij. Ik ben een muzikant. Meer is het niet. Ik heb mezelf ooit eens beloofd dat ik me alleen maar zal lenen om reclame te maken voor maandverband. Tot Bloedens Toe. Dat zou ik dan zingen, ik heb die tekst al jaren op de plank liggen. Heb nog nooit een aanbieding gehad. Ik behoor waarschijnlijk niet tot hun doelgroep. Al het andere laat ik vriendelijk aan mij voorbij gaan. Het moet gewoon een beetje zuiver blijven. Ik weet nu al dat als ik volgend jaar Jack Wouterse zie schitteren als een met zijn overgewicht worstelende Frans Weekers in de door Johan Nijenhuis geregisseerde kutkomedie The Bulgarion Connection, alleen maar zit te denken: C1000! C1000! Nee. Geef mij dan maar de tekstregel ‘Ongesteldheid is een eitje” Maar laat ik me even voorstellen. Ik ben muzikant. Het is niet anders. Ik zal hier te pas en te onpas verhalen plaatsen. Over het mooiste meisje van Texel en alle bandleden dezelfde geslachtsziekte. Over de Vijfpoort op Terschelling. Elbekurkie in Meddo. Als een dolle verliefd op iedereen die maar naar me keek. Over de drank, de drugs. En de muziek. Behoeft uw kut enig vertier, ga dan voor Liefdewerk en Oud Papier. Van Libresse. Hi.

 

Meer Andre Manuel? www.maneman.nl

ad bol.com

FIFA 18

Redacteuren en Fotografen

Muzine.nl is altijd op zoek naar goede redacteuren en fotografen.

Interesse? Stuur een mailtje naar ronald@muzine.nl

Social media

Volg Muzine.nl op Facebook of Twitter

Like us